Toespraken Nationale Dodenherdenking 2026
Tijdens de Nationale Dodenherdenking hielden burgemeester Stieneke van der Graaf, wethouder Roelof Theun Hoen, wethouder Tom Hartog en wethouder Heidi den Hartigh een toespraak. Je leest de toespraken hier terug.

Toespraak in Wolvega van Stieneke van der Graaf
Vanaf de zomer van 1942 werden Joodse inwoners van Weststellingwerf weggevoerd via Westerbork naar, in de woorden van Elie Wiesel, plekken waar “de hemel en aarde in brand stonden”, naar plekken “waar het altijd nacht was”.
Van de weggevoerde Joodse inwoners keerde niemand na de oorlog terug.
Vandaag herdenken we, in stilte en met respect, die ergste misdaad uit de geschiedenis.
We herdenken de inwoners van Weststellingwerf die hun leven gaven in de strijd voor vrijheid van henzelf, hun geliefden, hun dorps- en landgenoten, maar ook voor de generaties na hen zoals wij.
We herdenken ook het verlies van alle mensen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog slachtoffer zijn geworden van oorlogsgeweld, ook als zij daar kwamen om bij te dragen aan vrede.
Aan de Van Helomalaan 10 in Wolvega woonde de familie Mendels. Emanuel Mendels en Elsje Davidson hadden zelf geen kinderen, maar zorgden als pleegouders voor de in Amsterdam geboren Abraham, zoon van Emanuels zus Betje.
Emanuel was mede-eigenaar van een bloeiende exportslachterij in Wolvega. Een ondernemer, een buurman, een dorpsgenoot.
Elsje zorgde dat thuis de boel draaiende werd gehouden, voor familie en voor hun pleegkind.
Abraham groeide hier op, ging hier naar school.
Ze woonden hier tot ze niet langer mochten blijven.
Emanuel werd gedeporteerd en vermoord in Auschwitz-Birkenau.
Elsje vluchtte, maar werd later toch gedeporteerd en vermoord in Sobibor.
Abraham overleefde de capitulatie niet en nam zijn eigen leven; de druk, de uitsluiting, de vervolging en de vrees voor wat komen zou werden hem te zwaar.
Het gebeurde hier niet ver vandaan. In huizen die er nog altijd staan als stille getuigen.
Op stoepen waar we dagelijks op lopen. Met daarin stenen die hun namen dragen.
Herdenken is meer dan terugkijken.
Het werpt ook vragen op.
Wat betekent het om mens te zijn in onmenselijke omstandigheden?
En wat vraagt dat vandaag van ons?
Wie ons daarbij iets kan leren is Edith Eva Eger. Zij overleefde Auschwitz en stierf een week geleden op 98-jarige leeftijd. Zij was 16 jaar oud toen ze in 1944 naar Auschwitz werd gedeporteerd en werd gedwongen om voor Josef Mengele te dansen, de beruchte ‘engel des doods’. Zij zag het diepste kwaad waartoe mensen in staat zijn. Zij zag wat onmenselijkheid teweeg kan brengen.
Haar belangrijkste levensles die ze acht jaar geleden pas deelde met de wereld: Je hebt altijd een keuze.
Edith Eger herinnert ons eraan dat herdenken pas betekenis krijgt
als het ons helpt om vandaag menselijker te handelen dan gisteren.
Dat is dan ook de keuze die wij, vandaag, hebben.
Om de ander niet als vijand, maar als medemens te zien. Om de ander écht te zien. Als mens.
In hoe wij spreken. In hoe wij luisteren. En in hoe wij omgaan met elkaar.
De levens van Emanuel, Elsje en Abraham getuigen van de verwoestende gevolgen als medemenselijkheid in onmenselijkheid verandert.
Laat herdenken vandaag daarmee een opdracht zijn voor het nu en een belofte aan de toekomst. Een keuze.
De keuze om de ander écht te zien, als mens, als medemens.
Dank u wel.


Fotograaf: Lenus van der Broek
Toespraak in Nijeholtwolde van Roelof Theun Hoen
Vanavond staan wij hier samen stil. Stil bij hen die hun leven verloren in de Tweede Wereldoorlog. En bij allen die daarna zijn omgekomen in oorlogen en vredesmissies.
Het thema van dit jaar is: de geschiedenis leren begrijpen. En dat is urgenter dan ooit.
Want de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog vallen langzaam weg. Binnenkort kunnen zij ons niet meer zelf vertellen wat er is gebeurd. Niet meer over de angst, het verlies, de onzekerheid van toen.
We zullen het moeten doen met wat zij ons hebben nagelaten: hun verhalen, hun waarschuwingen, hun lessen.
Daarover sprak ook Nikki Sterkenburg in haar jaarthematekst namens het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Nikki Sterkenburg die wij overigens vorig jaar nog in Wolvega hebben mogen ontvangen voor een lezing over onder andere polarisatie.
Zij benadrukt dat herdenken alleen niet genoeg is. Dat we moeten proberen te begrijpen wat er is gebeurd. Want vaak stellen we op 4 en 5 mei de vraag: wat zou jij hebben gedaan?
Maar die vraag is eigenlijk te simpel. Alsof situaties zich altijd duidelijk aandienen. Alsof goed en fout altijd scherp te onderscheiden zijn.
De werkelijkheid is ingewikkelder. Wat er in de jaren dertig en veertig gebeurde, ontstond niet van de ene op de andere dag.
Het begon klein. Met woorden. Met uitsluiting. Met het langzaam verschuiven van grenzen.
Stap voor stap, waardoor verantwoordelijkheden vervaagden en gewone mensen – soms ongemerkt – onderdeel werden van een systeem dat anderen uitsloot of beschadigde.
En juist daarom is deze plek zo belangrijk.
Hier, bij de spoorwegovergang Stadburen, herdenken we drie mannen.
Roelof Algra. Marcel Leiser. Nicolaas Veltman.
Drie namen. Drie levens. Drie verhalen.
Op 12 oktober 1944 werden zij hier door de bezetter geëxecuteerd. Niet omdat zij hier woonden. Niet omdat zij hier iets hadden gedaan.
Maar als vergelding. Als een kille, berekende represaille. Om een voorbeeld te stellen.
Hun levens werden gebruikt als middel.
Het verhaal van Marcel Leiser maakt dat misschien nog wel tastbaarder. Een jonge man, ondergedoken, op de vlucht voor vervolging. Zijn ouders vermoord in Auschwitz.
En uiteindelijk ook hij, hier, in onze gemeente, slachtoffer van een systeem dat stap voor stap ontspoorde.
Dit is wat “de geschiedenis begrijpen” betekent. Niet alleen de grote lijnen kennen, maar ook de verhalen zien achter de namen.
Begrijpen hoe het zover kon komen. En vooral: herkennen hoe het begint.
Want als erfgenamen van die generatie hebben wij een verantwoordelijkheid. Niet alleen om te herdenken, maar ook om te blijven leren begrijpen.
Om met elkaar in gesprek te blijven. Niet alleen over helden en slachtoffers, maar ook over de moeilijke vragen.
Welke signalen herkennen we vandaag? Wanneer gaan woorden over grenzen heen? Wanneer wordt een ander minder mens gemaakt?
En misschien wel de belangrijkste vraag: wat doen wij — juist op tijd — voor een ander?
Ook hier, in Nijeholtwolde, begint dat dichtbij. In hoe we met elkaar omgaan. In wat we zeggen. In waar we voor staan.
Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Vrijheid vraagt dat wij blijven kijken, blijven luisteren, en blijven handelen.
Zodat wij niet alleen herinneren, maar ook begrijpen.
Opdat wij niet vergeten.
Dank u wel.


Fotograaf: Lenus van der Broek
Toespraak in Sonnega van Tom Hartog
Dames en heren,
inwoners van Sonnega en Oldetrijne,
jong en oud,
We staan hier vanavond samen bij het monument aan de Sasweg.
Een stille plek, maar met een verhaal dat nog altijd luid spreekt.
Een verhaal dat ons terugbrengt naar donderdag 16 december 1943.
Het is 16.27 uur als zeven jonge mannen opstijgen vanaf een vliegveld in Engeland. Hun bestemming: Berlijn. Hun missie: bijdragen aan de strijd tegen een regime dat vrijheid en menselijkheid met voeten trad. Maar hun reis eindigt hier, boven Sonnega Oldetrijne.
Nog geen twee uur later wordt hun toestel, de Lancaster JB545, aangevallen. De staart breekt af. Het vliegtuig vliegt in brand en stort neer. Alle zeven bemanningsleden komen om het leven:
W.R. Day, E. Holloway, B.J.V. King, R. Losa, A.E. Marsland, G.L. Ratcliffe en W.T. Rees.
Zeven namen.
Zeven levens.
Zeven verhalen die abrupt eindigden, ver van huis, hier bij De Pot.
Zij waren onderdeel van een grotere tragedie. Die dag – later bekend als “Black Thursday” – verloren honderden bemanningsleden het leven. Het maakt duidelijk hoe hoog de prijs van vrijheid was.
Vanavond herdenken we hen.
Maar we herdenken meer.
We herdenken alle slachtoffers van oorlog en geweld.
Mensen met plannen, dromen en een toekomst – die nooit werkelijkheid werd.
Zoals in het jaarthema van 2026 wordt benadrukt, zien we in de verhalen van oorlogsslachtoffers een dwarsdoorsnede van de samenleving: jong en oud, burgers en militairen, mensen die niet konden vermoeden dat oorlog hun leven zou bepalen .
En juist nu dat steeds minder ooggetuigen hun verhaal zelf kunnen vertellen, wordt onze verantwoordelijkheid groter.
Wij moeten blijven luisteren.
Blijven vertellen.
Blijven begrijpen.
Want herdenken is niet alleen terugkijken.
Het is ook proberen te begrijpen hoe het zover kon komen.
De geschiedenis leert ons dat oorlog niet alleen ontstaat door grote beslissingen van leiders, maar ook door kleine stappen. Door woorden die mensen tegenover elkaar zetten. Door wegkijken. Door denken: het zal zo’n vaart niet lopen.
De meeste mensen waren geen helden en geen daders, maar stonden ergens ertussenin – stil, afwachtend, onzeker .
Dat besef is ongemakkelijk.
Maar het is ook noodzakelijk.
Want het stelt ons een vraag die verder gaat dan alleen het verleden:
wat doen wij vandaag, in onze eigen tijd?
Durven wij op te staan als iets niet klopt?
Durven wij onze stem te laten horen als anderen worden buitengesloten?
Of blijven we stil?
De graven, de monumenten, ook dit monument hier in Sonnega Oldetrijne, herinneren ons eraan dat vrijheid kwetsbaar is.
Dat vrede niet vanzelfsprekend is.
En dat het moment om te kiezen vaak eerder komt dan we denken.
Misschien wel bij een eerste opmerking die ontmenselijkt.
Bij een eerste situatie die schuurt.
Bij een eerste gevoel dat zegt: dit is niet goed.
Dames en heren,
Vanavond staan we stil.
Straks zijn we twee minuten stil.
Maar die stilte is niet leeg.
Die stilte is gevuld met herinnering, met respect, en met de opdracht om waakzaam te blijven.
Voor de zeven bemanningsleden van de JB545.
Voor alle slachtoffers van oorlog en geweld.
Voor de vrijheid die zij nooit meer hebben gekend, maar die wij vandaag wel mogen beleven.
Laten we hen blijven herdenken.
Laten we hun verhalen blijven vertellen.
En laten we, ieder op onze eigen manier, bijdragen aan een samenleving waarin vrijheid en menselijkheid nooit vanzelfsprekend worden gevonden, maar altijd worden beschermd.
Dank u wel.


Fotograaf: Ilse Bosma
Toespraak in Spanga van Heidi den Hartigh
Dames en heren,
beste aanwezigen, fijn dat u hier vandaag van jong tot oud
bijeen bent gekomen
Vanavond zijn we hier samen. Op deze plek,
bij het Harmen Visser‑monument
We zijn hier om stil te staan. Om te herdenken. Om te herinneren.
Op 4 mei denken we aan alle burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord, tijdens de Tweede Wereldoorlog of tijdens de koloniale oorlog in Indonesie, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna.
Mensen die net als wij dromen hadden, plannen maakten,
lachten, speelden, werkten en hoopten op een toekomst.
Mensen die niet kozen voor oorlog, maar er wel door werden geraakt.
En hier, op deze plek, wordt de geschiedenis tastbaar en dichtbij.
Hier wordt geschiedenis persoonlijk.
Het herdenkingsthema voor dit jaar is:
de geschiedenis begrijpen.
Geschiedenis begrijpen betekent meer dan feiten kennen.
Het betekent proberen te begrijpen hoe mensen verstrikt raakten in keuzes
die vaak geen echte keuzes waren.
En wat oorlog met mensen doet
Het betekent proberen te voelen wat mensen toen hebben gevoeld.
Angst. Onzekerheid. Hoop.
En soms ook moed.
Voor de kinderen hier:
Geschiedenis is niet iets uit een dik boek of iets wat alleen volwassenen snappen. Geschiedenis gaat over echte mensen.
Over kinderen die net zo oud waren als jullie.
Die wilden spelen, leren en veilig naar bed wilden gaan.
Maar die leefden in een tijd waarin dat niet altijd kon.
Als we de geschiedenis begrijpen, snappen we beter waarom vrijheid zo belangrijk is.
Dat vrijheid betekent dat je mag zeggen wat je denkt.
Dat je mag zijn wie je bent.
Voor mij krijgt het begrip van de geschiedenis
ook vorm door een persoonlijk verhaal,
het verhaal van mijn grootouders.
Tijdens de oorlog werden zij verplicht
een Duitse soldaat in huis te nemen.
Niet omdat zij dat wilden,
maar omdat weigeren geen optie was.
Die soldaat was een jonge man.
Hij wilde niet vechten.
Hij was het niet eens met de opdracht die hij had gekregen.
Maar ook hij moest.
Net als zovelen was hij gevangen
in een systeem dat geen ruimte liet voor geweten.
Wat er toen gebeurde, is iets wat mij altijd is bijgebleven.
Tussen mijn grootouders en deze soldaat
ontstond menselijk contact.
Geen goedkeuring van de oorlog.
Geen ontkenning van schuld.
Maar wel erkenning van elkaars mens-zijn.
Na de oorlog bleef het contact bestaan.
Mijn grootouders en hij –
en later ook zijn familie –
bleven tot aan hun dood bevriend.
Dat verhaal leert mij
dat geschiedenis begrijpen niet betekent
dat we verschillen uitwissen
of fouten relativeren.
Het betekent dat we durven zien
hoe oorlog en conflicten mensen tegenover elkaar zet
die elkaar in vrede nooit als vijand zouden hebben gezien.
Die les is vandaag pijnlijk actueel.
Want als we naar de wereld kijken,
zien we opnieuw oorlog, polarisatie en ontmenselijking.
We zien hoe snel “wij” en “zij” ontstaan.
En hoe moeilijk het wordt
om de mens achter de overtuiging,
achter het conflict te blijven zien.
Door de geschiedenis te begrijpen, leren we dat keuzes ertoe doen.
Dat uitsluiten, wegkijken en zwijgen grote gevolgen kunnen hebben.
Maar ook dat opkomen voor elkaar,
helpen en blijven herinneren verschil maakt.
Voor jonge mensen is het een complexe wereld,
wat is waar of niet waar, wat zijn de grote verbanden,
wat is je eigen rol?
Stel vragen, luister goed en onthoud dat vrijheid begint bij respect voor elkaar.
Luister naar je gevoel als die je zegt dat een situatie niet deugt
en durf je uit te spreken
Laten we blijven herdenken.
Blijven begrijpen
Niet alleen om het verleden te eren,
maar om waakzaam te blijven in het heden.
En blijven kiezen voor menselijkheid –
juist als het moeilijk wordt.
Dank u wel voor uw aandacht.